Wat is er aan de hand?
De Nederlandse zorg is internationaal gezien top, maar loopt vast. De WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) waarschuwt: zonder ingrijpen werkt in 2060 één op de drie Nederlanders in de zorg. Dat is praktisch onmogelijk. De oorzaken worden vaak samengevat als de '5 C's': Capaciteit (te weinig personeel), Complexiteit (zieker en ouder), Concurrentie (marktwerking), Coördinatie (samenwerking) en Corona (langdurige nasleep).
Capaciteit: het personeelstekort
Dit is het grootste probleem. In 2025 al een tekort van 72.600 mensen, in 2035 verwacht 260.000. Vooral de verpleeghuiszorg krijgt klappen: tekort daar groeit met 415%. Waarom? Dubbele vergrijzing - er komen meer ouderen mét zorgvraag, terwijl het zorgpersoneel zelf óók ouder wordt. En 21% van de zorgmedewerkers overweegt binnen een jaar te stoppen. Door werkdruk, ziekteverzuim (~7,8%) en 'morele stress': niet de zorg kunnen geven die je eigenlijk wilt geven.
Complexiteit: zieker en ouder
Mensen worden ouder. In 2000 waren er 2,15 miljoen 65-plussers, nu 3,75 miljoen, in 2040 verwacht 4,76 miljoen. Tegelijk veranderen ziektes: kanker en hart- en vaatziekten zijn vaker chronisch geworden. Mensen leven er mee, maar moeten jarenlang behandeld worden. Daarbij komt 'multimorbiditeit': één patiënt met diabetes én beginnende dementie én eenzaamheid. Veel ingewikkelder dan één klacht. En sociale problemen (schulden, slechte huisvesting) belanden vaak ook bij de huisarts.
Concurrentie: de prijs van marktwerking
Sinds 2006 hebben we een zorgstelsel met concurrerende verzekeraars en zorgaanbieders. Bedoeld om kosten te beheersen. Maar er zit een schaduwkant aan: enorme administratielast. Uit onderzoek van Radboudumc en Universiteit Maastricht: 40–50% van het ziekenhuisbudget gaat NIET naar directe patiëntenzorg, maar naar overhead, management en administratie. Zorgmedewerkers besteden ~1/3 van hun tijd aan papierwerk. Dat is tijd die niet aan het bed wordt doorgebracht. En: ziekenhuizen worden vaak per behandeling betaald - een 'perverse prikkel' om méér te doen, terwijl een goed gesprek over níét behandelen ook waardevol is.
Coördinatie: zorg dichter bij huis (het IZA)
Het Integraal Zorgakkoord (IZA) is hét hoofdplan: minder dure ziekenhuiszorg, meer zorg in de wijk en thuis. Verzekeraars en aanbieders moeten regionaal samenwerken in plaats van tegen elkaar concurreren. Digitalisering is daarbij cruciaal. Voorbeeld: vanaf 2026 worden 'meekijkconsulten' (huisarts vraagt digitaal advies aan specialist, zonder doorverwijzing) volledig vergoed én buiten het eigen risico. Verder: monitoring op afstand kan tot 110.000 fte besparen, en AI helpt met diagnostiek.
Corona: de naweeën
De pandemie is voorbij, de gevolgen niet. Veel uitgestelde operaties moeten nog worden ingehaald. Veel zorgmedewerkers zijn na alles wat ze gegeven hebben, alsnog uitgevallen of vertrokken. En dan Long COVID: ongeveer 4% van de volwassenen heeft langdurige klachten na corona. Van de gemelde patiënten bij C-support is 88% gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt verklaard. Voor deze groep bestaat nog géén standaardbehandeling - extra druk op huisartsen en revalidatiecentra.
Wat kost het ons?
De zorg kost in 2024 ongeveer €113 miljard - ruim een vijfde van álle overheidsuitgaven. Per inwoner: €8.610 per jaar. Dat zien we terug in onze portemonnee: • 2006: premie €88, geen eigen risico • 2024: premie €147, eigen risico €385 • 2025: premie €158,72 • 2026 (verwacht): premie ~€170 • 2027: eigen risico waarschijnlijk omlaag naar €165 - maar dat betalen we via een hogere premie Kern van het probleem: zorg betaalbaar houden voor de laagste inkomens, zonder dat de middeninkomens vermalen worden door de premie.
Het eigen risico: politiek hoofdthema
Iedereen vanaf 18 betaalt jaarlijks maximaal €385 zelf (huisarts en jeugdzorg uitgezonderd). Voor- en tegenstanders verdeeld: • PVV, SP, GL-PvdA: afschaffen - het is een 'boete op ziek zijn' en mensen mijden zorg. • VVD, D66: behouden, maar 'trancheren' (max €50 of €150 per ziekenhuisbezoek). • NSC: verlagen. Afschaffen klinkt mooi, maar de rekening (~€4 miljard) komt dan via de premie alsnog bij iedereen terecht.
Wat verandert er in 2026?
Concrete veranderingen vanaf 1 januari 2026: • Hulp bij stoppen met roken: 3 keer per jaar in plaats van 1. • Oefentherapie bij reumatische aandoening axSpA: vanaf de eerste behandeling vergoed. • Meekijkconsulten huisarts ↔ specialist: buiten eigen risico. • 'Verkennend gesprek' GGZ: buiten eigen risico - drempel om hulp te zoeken omlaag. • Verloskundigen en forensisch artsen mogen direct doorverwijzen naar specialist (zonder huisarts).
GGZ en jeugdzorg: de achilleshiel
De geestelijke gezondheidszorg is het meest vastgelopen onderdeel. Begin 2026 stonden ruim 100.000 mensen op de wachtlijst voor GGZ, waarvan 60% te lang (langer dan de Treeknorm van 14 weken). Voor specifieke aandoeningen — persoonlijkheidsstoornissen, eetstoornissen, trauma — lopen wachttijden op tot 1-2 jaar. Oorzaken: tekort aan psychiaters, fragmentatie tussen aanbieders, verzekeraars die contracten volmaken met 'makkelijke' patiënten, complexe doorverwijzingen. Het verkenningsgesprek vanaf 2026 (buiten eigen risico) is bedoeld om de drempel te verlagen, maar lost het aanbodtekort niet op. In de jeugdzorg is de situatie nog complexer. Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk — met onvoldoende budget. Wachtlijsten groeien, specialistische zorg verdwijnt uit kleine gemeenten, en gezinnen met ernstige problematiek krijgen jarenlang geen passende hulp. De Hervormingsagenda Jeugd (2023) en een structurele budgetverhoging van €1 miljard helpen deels, maar de stelselcrisis is niet opgelost.
Welke kant gaat het op?
De WRR en de Raad voor Volksgezondheid (RVS) zijn duidelijk: er moeten scherpe keuzes komen. Drie verschuivingen zijn nodig: 1. Van 'meer zorg' naar 'passende zorg' - soms is niet behandelen beter. 2. Van ziekenhuis naar wijk en thuis - met digitale ondersteuning. 3. Van 'systeem' naar 'samen' - meer zelfregie, mantelzorg en zorgzame buurten. Voor de burger betekent dat: meer zelf doen, meer digitaal, en de zorg minder vanzelfsprekend om de hoek. De grote politieke vraag: hoe houden we daarbij de solidariteit overeind, zodat de meest kwetsbaren niet als eerste de dupe zijn?